Zelfsabotage

Kinderen in therapie geven soms aan ergens vanaf te willen, maar gaandeweg de therapie blijkt dat er iets is dat het negatieve gedrag in stand houdt. Ze zeggen er graag vanaf te willen maar iets in hen, veelal onbewust, weerhoudt hen ervan.

Lilian (tien jaar) wil leren voor zichzelf op te komen. Zowel op school tijdens het overblijven als thuis in de omgang met haar zus, ervaart ze regelmatig dat anderen over haar heen lopen. Tijdens het overblijven is er een groepje populaire meiden en Lilian wil graag aansluiting bij hen. Omdat ze van nature stil is en niet het juiste weet te zeggen, mist ze de boot. Haar zus is goedgebekt en is haar thuis steeds te slim af. Ze weet Lilian voor haar karretje te spannen om dingen voor elkaar te krijgen bij hun ouders, en bepaalt steeds als eerste wat er op tv gekeken wordt of wie er de Nintendo mag.

In de therapie beschrijft Lilian voorbeeldsituaties van school en thuis. Samen bespreken we wat ze vindt dat er mis ging en hoe ze had kunnen reageren. Naast het in rollenspellen uitproberen van verschillende verbale reacties, krijgt Lilian ook inzicht in hoe haar lichaamshouding, manier van kijken, geluiden die ze maakt en de timing van dingen die ze doet allemaal van invloed zijn op hoe ze zelf overkomt.

In de eerstvolgende sessie komt moeder mee met haar om mij iets te vertellen wat Lilian zelf niet durft. Lilian kan er niet tegen als mensen in haar omgeving ruzie maken. We nemen dit mee in de therapie.

Het meenemen van moeder naar mij maakt iets zichtbaar. Wat hier niet klopt is, dat Lilian mij als hulpvraag gesteld heeft te willen leren voor zichzelf op te komen. Als haar moeder het verhaal moet doen voor haar, oefent ze dit niet. Dit benadrukt dat haar ouders in een tussentijds oudergesprek aangeven weinig verbetering te zien.

Samen met Lilian ga ik de eerstvolgende sessie onderzoeken wat vanuit haar onbewuste hier saboterend werkt. Ik leg haar uit dat er in haar een soort saboteur zit die er nog voordeel in ziet om niet voor zichzelf op te komen. Zoals een bezorgde moeder die haar aandacht geeft. Door Lilian een poppetje te laten kiezen voor de saboteur, is dit geen bedreiging voor haar en is zij actief in de sessie betrokken om te achterhalen hoe dit zit.

Een saboterend deel kan al bij haar gekomen zijn toen ze nog veel jonger was. In een visualisatie met gesloten ogen komt ze erachter dat dit deel bij haar kwam toen ze drie jaar was. Toen kon ze nog minder zelf dan nu (zeven jaar later) en had ze het saboterende deel nodig. Bijvoorbeeld door te gaan huilen als ze niet zelf op een fietsje kon of een kindje iets van haar afpakte. Nu Lilian dit helder heeft is ze gemotiveerder om hiermee af te rekenen. Die middag al, hoor ik van vader dat ze in onenigheid met hem voor zichzelf opkwam!

*) Om de privacy van de cliënt te waarborgen is gekozen voor een fictieve naam.

Lamgeslagen

Kristy (22) zit onderuitgezakt. Ze verzucht: “Tot nu toe werkten we in groepjes samen aan een opdracht; nu ik mijn eigen eindproject moet maken, wordt er echt iets van mij verwacht.” En daar loopt ‘t vast. Ze voelt zich depressief, ongemotiveerd, geblokkeerd en weet dat ze uitstelgedrag vertoont. Langzamerhand durft ze zich niet meer op de universiteit te vertonen omdat de medestudenten allemaal goed bezig zijn met hun project en zij niet.

Een tennistoernooi weet ze prima te organiseren en ze speelt er de sterren van de hemel. Hierover praat ze enthousiast en vrolijk. Zodra het gespreksonderwerp verandert naar haar project wordt ze somber. Ze geeft aan niet te weten hoe ze hiermee verder moet en dat maakt dat ze lamslaat. Haar projectbegeleider heeft haar een bedrijf toegewezen waar ze onderzoek moet doen om voor haar bachelor te slagen. Volgens Kristy is het onderwerp vaag en zolang ze geen stappen zet, blijft dat zo. De weken vliegen voorbij zonder duidelijke vorderingen. Na tien weken is ze, naar eigen zeggen, ingestort. Ze kan moeilijk stoppen met huilen.

Kristy wordt op twee manieren geholpen. Praktisch, door inzichtelijk te maken hoe ze het project in kleinere stappen kan opdelen en domweg uitvoeren, zonder steeds na te denken of het wel zinvol is. In het begin van een project mis je overzicht en het gevoel of het zinnig is wat je doet. Het is moeilijk om je aan het werk over te geven zonder dat je weet waar het precies toe leidt. Om haar vertrouwen en inzicht te sterken, wordt haar het voorbeeld van leren tennissen gegeven. Nu als succesvol tennisster weet ze – al dan niet bewust – dat er moeilijkheden te overwinnen zijn in een leerproces. Toen ze startte met lessen wist ze niet wat ze tegen zou komen, maar wist ze wel de richting. Er zijn legio voorbeelden van. In haar stageproject zijn de doelen vaag omschreven waardoor ze geen duidelijke richting heeft om aan vast te houden. Dat werkt nu blokkerend. We bekijken welke onderliggende patronen, negatieve gedachten of gedragingen haar blokkeren. Ze komt erachter dat haar drang naar perfectie haar tegenwerkt. Als ze niet direct weet waar het op uitdraait, lijkt ze te blokkeren en niets te willen riskeren. Ze heet een verlangen om het project af te maken en tegelijkertijd loopt ze in zichzelf tegen allerlei weerstand aan om het voor elkaar te krijgen.

Ze wil het perfecte plaatje, het succesvolle resultaat, maar wat ze daarvoor moet doen, daar heet ze geen zin in. Ze moet iets creëren wat er in haar beleving nog niet was. Ze weet dus niet hoe het ‘perfecte project’ eruit zou moeten zien. Ze zou liever gisteren al bij het eindresultaat zijn dan morgen zonder alle tussenliggende stappen, met moedeloosheid tot gevolg. Dit dient ze onder ogen te zien zonder zichzelf op de kop te geven. Die zelkastijding blokkeert en verkrampt haar. Ze kan beter geïnteresseerd zijn in haar manier van reageren op dit project en de patronen hierin leren doorgronden. Als ze bereid is hier met enige humor en zachtheid relativerend naar te kijken, kan ze het geblokkeerde oplossen en krijgt ze haar project af.

*Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve naam.

Sociale intuïtie

Hoe gewoon het ook lijkt, eigenlijk is het een wonder hoe een jong kind zich eigen maakt mee te komen met zijn omgeving. Begrijpen wat sociaal handig is om te doen in een groep -zoals je aanpassen- blijkt te maken te hebben met een aangeboren sociaal instinct. Kinderen kijken eerder en intenser naar mensen dan naar andere dingen in hun omgeving en met minimale steun van buitenaf leren ze de taal van klanken, ogen, gezicht, handen en lichamen begrijpen. Bij kinderen met autisme verloopt het decoderen van taal en sociaal gedrag niet automatisch.

Kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum zoals PDD-NOS of Asperger hebben gebrekkige (of missen) sociale intuïtie. Ze hebben geen opvallend uiterlijk zoals wel het geval is bij een gebroken been, waardoor je zou kunnen zien wat er mis is. Ze weten niet vanzelf hoe aan te sluiten bij een groep. Ze voelen niet aan wat een leuke grap is, wanneer te stoppen of wanneer iets kwetsend is. Ook kunnen zij zich onveilig voelen, omdat zij in sociale interactie niet intuïtief de juiste regels weten toe te passen. Zij voelen het niet aan hoe je je gedraagt tijdens bijvoorbeeld een feestje, een gymles, een groepsopdracht of een schoolkamp. Zij kunnen dit wel leren, maar dat kost tijd, omdat elke situatie weer net wat anders is. En omdat het soms lang duurt zijn ze het begrip van hun omgeving vaak al kwijt.

In een vrij speelmoment zoals tijdens de pauze hebben deze kinderen het vaak extra moeilijk. Ze weten niet wat van hen verwacht wordt en zijn niet handig genoeg om op natuurlijke wijze aan te sluiten bij de anderen. Om niet buitengesloten te worden, maar er bij te willen horen willen sommige onbewust van alles doen om dit gevoel te krijgen.

Hein (diagnose PDD-NOS, 11 jaar) speelt graag met kinderen die veel ‘bravoure’ tonen. Hij wil er veel voor doen om door hen leuk gevonden te worden. Het groepje heeft al gauw door dat hij klakkeloos uitvoert wat zij hem opdragen, al zijn dit de gekste dingen. Hein heeft geen gevoel voor de gevolgen van zijn gedrag. Hij ervaart kort een moment van erbij horen om vervolgens weer uitgelachen te worden omdat de leerkracht hem bij de kraag grijpt voor zijn misdraging. Een jongen zoals Hein moet begrensd worden op een duidelijke en eenduidige manier. Zo kan hij veiligheid ervaren in een voor hem onduidelijk wereld waarin sociale omgang een spel is waar hij maar moeilijk grip op krijgt.

Op school waar de tendens grote klassen is, moet een leerkracht een soort multitalent zijn om deze speciale kinderen te ondersteunen en ondertussen zorg te dragen dat het lesprogramma dat jaar rondkomt. Vooral op momenten dat er iets nieuws komt kan dit bij Hein maken dat hij het overzicht compleet kwijt is en hierdoor onrust gaan vertonen. Handig kan voor hem zijn van te voren door te spreken wat ‘hetzelfde’ en wat ‘anders’ is. En dit visueel te maken door het op te schrijven of uit te tekenen. Dit lijkt veel werk, maar de ervaring leert dat de investering hierin na een tijdje oplevert dat het gemakkelijker gaat.

Als het aan duidelijkheid en overzicht ontbreekt kunnen kinderen zoals Hein het heel zwaar hebben en ofwel verstillen of storend clownesk gedrag vertonen. Als een leerkracht beschikt over ‘een overstijgend inzicht’ en gevoel voor de denk- en handelwijze van Hein heeft, kan hij de gevolgen hiervan voor zijn.

*) Vanwege privacy van de cliënt is gekozen voor een fictieve naam.

Spelenderwijs

Voor een juist verloop in de ontwikkeling horen jonge kinderen te spelen. Sinterklaas en de speelgoedwinkels spelen daar handig op in. Met het kopen van speelgoed passend bij de leeftijd van het kind, proberen we in zijn behoefte te voorzien. Ook scholen, peuterspeelzalen en kinderopvang proberen met de juiste materialen, speelruimten en opdrachten op het kind in te spelen en het te stimuleren. De overtuiging dat spel van belang is, delen de meeste volwassenen wel. Je weet niet wat spel precies oplevert. Kinderen spelen voor de lol, maar het is wel van (levens)belang.

Spelen bevredigt het kind van binnenuit. Het is plezierig en voedt het kind. Spel verdwijnt als er dwang bij komt, juist de vrijheid maakt het mogelijk. Het spel is van het kind zelf. Hierin is het kind actief en leert het vanaf een bepaalde leeftijd te interacteren met anderen. Spel creëert ruimte en tijd om dingen uit te proberen en risico’s te nemen, zonder te hoeven voldoen aan de gangbare criteria van wat goed of fout is. Spel is van belang voor de gehele ontwikkeling, en alle ontwikkelingsgebieden komen erbij aan bod. In elk kind vindt autonome ontwikkeling plaats. Het lichaam groeit op een bepaalde manier en moet voelen dat alle mogelijkheden hierin benut kunnen worden. Spel biedt dit.

Voorbeelden van spel zijn: bewegingsspel, regelspel, manipulatief spel en rollenspel. Door bewegingsspel wordt het kind zich bewust van zijn lichaam. Zoals het spelen op het klimrek, het bewegen op muziek, het verkennen van het eigen kunnen tijdens sport en het zich leren meten aan anderen. Een regelspel, zoals een bordspel, helpt een kind de wereld buiten hem beter te leren kennen en grenzen daarin te ervaren. Met manipulatiespel wordt bedoeld dat het kind al doende merkt dat het iets wordt. Spelen is toveren, denk maar aan het mengen van verf. Of het spelen met zand en water of houten blokken. Rond de kleuterleetijd ontstaat er, naast het manipulatiespel, het rollenspel. Dit spel gaat over de hen omringende wereld, de werkelijkheid zoals kleuters die tegenkomen en begrijpen. Ze leren dan uit eigen ervaring op een natuurlijke en inspirerende manier in plaats van aangeleerde trucjes te blijven herhalen. Als volwassene kun je het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen in het ‘doen alsof’ in de gaten houden en soms kun je ook dingen toevoegen om het spel te versterken. Niet elk kind van vergelijkbare leeftijd moet hetzelfde kunnen. Het ene kind is bijvoorbeeld van nature beter in dirigeren, terwijl een ander kind weer coöperatieve kwaliteiten bezit om het samen spelen te vergemakkelijken.

Speltherapie is een therapievorm waarin spel gebruikt wordt om het kind te helpen moeilijke, traumatische of onaangename ervaringen te verwerken en juist te duiden. Als therapeut laat je het kind voelen dat binnen de therapeutische setting al zijn spel gepermitteerd is. Door de speltaal kan het kind zijn probleem visueel maken en driedimensionaal opslaan in zijn geheugen. Het traumatische beeld kan zo vervangen worden door een heilzaam beeld. Het spel werkt genezend. Ook voor een kind dat zich gezond en normaal ontwikkeld heet, maar wiens spel ontnomen wordt, mist een uitlaatklep. Hierdoor stagneert mogelijk zijn ontwikkeling en kan hij er zelfs ziek van worden. Ziek van ellende. Omdat hem de vrijheid van creëren vanuit zijn eigenheid ontnomen wordt.

Complex jong

Als jongere kun je soms het gevoel hebben flink in de knoop te zitten. Je lijf is in ontwikkeling, hormonaal gebeuren er allerlei dingen die je niet in de hand hebt en dat kan zich uiten in wisselende stemmingen en grillige buien naar anderen toe. Deze buien en stemmingen worden door familieleden en mensen op school zelden gewaardeerd. Daar kun je knap last van hebben. Soms zelfs zo erg dat je door de complexiteit van je gevoelens en de wrijving met je buitenwereld het gevoel kunt hebben erin weg te zakken. Als deze negatieve stemmingen aanhouden en het dagelijks functioneren ernstig wordt verstoord, kan er depressiviteit ontstaan.

Zo voelde het ook voor Sanne* van zeventien jaar. Zij vertelde dat ze al maandenlang slecht sliep vanwege het vele piekeren, overdag op school nauwelijks kon functioneren, een relatiecrisis had met haar vriend en zich thuis niet thuis voelde. Met de pil was ze gestopt omdat ze het idee had dat de hormoonafgifte haar alleen maar somberder maakte. Nu had ze met het terugkrijgen van haar natuurlijke cyclus meer last van
puistjes en menstruatiepijnen. Naast de wisselende, hormonale stemmingen voelde ze zich onzeker over haar uiterlijk.

Haar vriend begaf zich in een vriendenkring met nogal wat leuke meiden en ze was bang dat hij een van hen zou verkiezen boven haar. Zeker nu ze al maanden zo zwaar op de hand was. Hij gaf aan niet langer haar voortdurende honger naar bevestiging te kunnen stillen. Ze wilde steeds van hem horen dat hij haar de mooiste en liefste vond. Maar wat hij ook zei om haar te verzekeren van zijn liefde, haar achterdochtige geest bedacht wel een nieuwe reden in zijn gedrag of zijn woorden om opnieuw te twijfelen. Kortom, het was nooit genoeg. Als ze haar twijfel naar hem toe uitte, werd hij boos. “Dan heb ik spijt dat ik me zo heb laten meeslepen door mijn gevoelens van onzekerheid en voel ik me depri”, zegt Sanne. Thuis sloot ze zich op in haar kamer en ging ze op Facebook om te checken of hij daar misschien nog een bericht voor haar had achtergelaten of met anderen contact zou hebben. Vervolgens lag ze ’s nachts wakker en piekerde ze over haar gedrag en voelde zich schuldig over de effecten ervan. Het geknaag van de onzekerheid en het schuldgevoel richt ogenschijnlijk veel schade aan.

In de therapie zochten we naar de achtergrond van haar onzekere gedrag, schuldgevoelens en depressiviteit. De samenstelling van haar gezin is veranderd en die veranderde thuissituatie maakte haar onzeker. Het bespreken van haar familiesituatie en de voorbeelden van interactie tussen Sanne en haar familieleden maakte vooral haar eigen gedachten en gedragingen inzichtelijk. Belangrijk hierin was dat ze mededogen kon ervaren naar zichzelf in de plaats van zichzelf steeds af te schieten.

Een paar sessies later vertelde Sanne dat ze haar vriend met klem gevraagd had geen contact meer te hebben met een van zijn vrouwelijke klasgenotes, die op een storende manier claimde. Sannes onzekere gevoelens zouden dan af kunnen nemen had ze bedacht. Na een flinke woordenwisseling ging hij er nukkend mee akkoord. Helaas gaf deze ‘controleslag’ Sanne niet de opluchting die ze gehoopt zou hebben. Dat het niet als een juiste oplossing voelt, komt omdat ze van de ander verwacht dat hij haar onzekerheid moet oplossen. Het conflict dat ze had met haar vriend, zat in haarzelf. Nu moest ze alleen de weerstand daarin nog overwinnen. De weerstand om het in zichzelf te voelen in plaats van het te schuwen.

Ik hielp haar te voelen waar in haar lichaam beklemmende gevoelens of een teveel aan spanning zat. Door haar dit te laten voelen en in eenvoudige termen te laten verwoorden, losten de spanningen en schuldgevoelens op. Een paar weken later zegt Sanne dat de eerder aanhoudende, neerslachtige stemming nu doorbroken is. Meer en meer ervaart ze rust in zichzelf en zelfs momenten van humor in de zelfreflectie. Er is een interesse in haar ontstaan om zichzelf te onderzoeken waarom ze de dingen doet zoals ze die doet. Ze kan nu haar onzekere gevoelens ervaren zonder zichzelf af te kraken. Vandaar uit ontstaat er langzaam aan iets nieuws, namelijk een Sanne die zichzelf waardeert.

*) Sanne is vanwege de waarborg van privacy van de cliënt een fictieve naam.

 

Papa, kun je weer met mama trouwen?

Scheiden. Het is aan de orde van de dag. Kinderen kiezen niet voor een scheiding. Zij houden van beide ouders en hebben moeite met de veranderingen die een scheiding met zich meebrengt. Ieder kind gaat er vanuit dat de belangrijkste personen in zijn leven, vader en moeder, altijd bij elkaar blijven. Vooral jonge kinderen vinden dit zo vanzelfsprekend dat ze er geen moment aan twijfelen. Door een scheiding wordt het vertrouwen van het kind op de proef gesteld. Alles wordt plotseling anders: het vertrek van een van de ouders, verhuizen, het wonen in twee huizen met hun eigen regels, een financiële achteruitgang of een nieuwe gezinssamenstelling.

Een scheiding is een ernstige, emotionele gebeurtenis. Naast de financiële en juridische zaken die geregeld moeten worden, gaat het dagelijks leven voor de kinderen gewoon door. Als ouder loop je tegen allerlei lastige gevoelens aan die de scheiding met zich meebrengt. Zo heeft de oorzaak van de scheiding invloed op hoe je tegen je ex-partner aankijkt. Al ervaar je veel negatieve gevoelens ten aanzien van je
ex, is het goed om te zien dat het voor je kind zijn lieve papa of mama blijft. Niet eenvoudig, maar lukt dit, dan helpt het je kind gemakkelijker door de echtscheidingsperiode heen. Ervaar je hier moeite mee, schakel dan hulp in van een deskundig en neutraal iemand.

Ouders die voor hun kind hulp zoeken, erkennen dat ze minder grip hebben op het emotionele welbehagen van hun kind en zien een zorgelijke verandering in het gedrag zoals woedeaanvallen of concentratieproblemen op school. In een neutrale therapiesetting kunnen kinderen hun verhaal kwijt zonder de angst te voelen, de ene of de andere ouder voor het hoofd te stoten. Zo vertelde Jason (vier jaar): “Papa is niet lief, hij is boos op mama.” Hij kwam in conflict, had hevige hoofdpijn, want eigenlijk hield hij veel van allebei. In de therapiesetting vond hij ruimte om lieve gevoelens voor zowel mama als papa te hebben en kwam tot rust. Wat ook helpt is het letterlijk uittekenen van de nieuwe woonstructuur. Met poppetjes en getekende huizen kunnen kinderen al spelend vertellen wie in welk huis is en welke regels er gelden. Zo gaat het kind zijn nieuwe wereld snappen en zich er veilig voelen. Zeker als vader en moeder in het bijzijn van hun kind normaal met elkaar omgaan. Als je hier niet toe in staat bent, dan is het belangrijk te bedenken waar het kind met momenten wel een veilige plek heeft. Een plek waar het niet te maken heeft met verwarde loyaliteitsgevoelens naar vader en moeder. Zoals bij vrienden, op school of bij familieleden die in staat zijn vanuit neutraliteit ten aanzien van beide ouders met het kind om te gaan. Het kind kan dan op adem komen.

Hoe moeilijk het ook is; men dient de negatieve en verwarrende gevoelens als ex-partner los te koppelen van de rol als ouder. Als het je lukt om evenwichtig te communiceren met je kind, bied je het een veilig platform. Het kind voelt dan, ondanks de scheiding, dat het nog steeds ouders heeft die er voor hem zijn. Als je als ouder veel boosheid hebt ten aanzien van je ex, kan het moeilijk zijn om niet kwaad te spreken over de ander waar het kind bij is. Kinderen hebben het moeilijk als ze geconfronteerd worden met zulke negatieve uitingen. Het liefst zouden ze zien dat de ouders weer bij elkaar komen. Zo zei Sterre (zes jaar) dat ze aan haar papa ging vragen of hij weer met mama ging trouwen. Dit vroeg om een liefdevolle en duidelijke uitleg dat het niet tot een hereniging zou komen. Een kind heeft het namelijk nodig de werkelijkheid juist te kunnen duiden, om aan verwerking toe te kunnen komen.

Naarmate een echtscheiding met meer conflicten gepaard gaat, zijn de negatieve gevolgen voor een kind groter. Er bestaat een grote verscheidenheid in emotionele reacties, mede afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsstadium van het kind. Veelvoorkomende reacties van kinderen zijn boosheid, angst, verdriet, schuldgevoelens en loyaliteitsgevoelens. Uit onderzoek blijkt dat kinderen de meeste, negatieve gevolgen ervaren in de eerste twee jaar na de scheiding. Dit geldt niet voor alle kinderen; het blijkt dat de effecten van scheiding voor een aantal jongeren tot ver in de volwassenheid kunnen aanhouden en een rol kunnen spelen wanneer ze zelf een partner hebben.

*) Vanwege de waarborg van privacy is gekozen voor fictieve namen.

Je goed voelen

Hoe vaak zeggen we niet tegen een piekerend kind: “zit eens niet zo in je hoofd?”. Het lukt het kind op dat moment niet bevredigend te handelen. Hij probeert middels denken tot een oplossing te komen en in dit repeterend denken loopt hij vast. Dat noemen we piekeren. In therapie kun je een kind helpen gezondere denkstrategieën aan te leren. Maar er is meer nodig. Alleen leren minder angstig te denken zorgt er namelijk niet voor dat het lichaam niet met hem aan de haal gaat zoals zweten, trillen of een brok in de keel.

Met lichaamsgerichte therapie maak je het kind bewust van wat het in zijn lichaam voelt als het zich ergens druk over maakt. Het gaat daarbij niet alleen over de ervaren emotie, zoals verdriet of boosheid, maar ook over de plek waar het kind in zijn lichaam een druk of ongemak ervaart. Door hem te vragen hardop te benoemen wat hij waar voelt in zijn lichaam en dit te beschrijven neemt het automatisch een beetje afstand van het probleem. Het piekeren erover vermindert hierdoor aanzienlijk.

Doordat we in een maatschappij leven waar weinig cultuur is voor het ‘voelen’, lijken we vergeten te zijn dat we geboren worden als een ‘voelend wezen’. In het begin voelen we honger, dorst, kou of warmte en maken we met geluiden kenbaar aan onze omgeving dat dit verholpen moet worden. We hebben nog geen cognities. Zodra we leren denken en verbanden leggen gaan we betekenis geven aan wat er om ons heen gebeurd en leren we de wereld om ons heen te snappen.

Als er vervelende dingen gebeuren verwerken we dit of we verdringen het. Verdringingen zijn succesvol weggestopte gebeurtenissen. Deze kunnen opnieuw actief in het bewustzijn komen doordat een nieuwe gebeurtenis ons ‘onbewust’ hieraan herinnert. De emotionele en lichamelijke spanningen die nog onverwerkt in ons lichaam aanwezig waren worden actief zonder dat we zelf snappen waar dit vandaan komt. Daarom komen we er met denkwerk niet uit.

Het is bij ons de cultuur om bij lichamelijk of emotioneel ongemak iets te nemen om de pijn te laten verdwijnen. Ook als we voelen dat we gestrests zijn of iets traumatisch meemaken gaan we het liefst weg bij dit onrustige gevoel. Gek genoeg vaak door nog drukker te gaan doen.

Onze kinderen doen dit ook. In therapie merk ik dat kinderen makkelijker dan volwassenen in staat zijn om contact te maken met wat ze voelen. Waarschijnlijk omdat ze van het gevoel minder ver verwijderd zijn. Als therapeut help je het overmatig piekerende kind bewust te worden van spanningen in zijn lichaam. Je vraagt het kind opmerkzaam te zijn waar deze spanningen zich bevinden en ze te beschrijven. Door geïnteresseerd te zijn en er in rust bij te blijven lossen de spanningen beetje bij beetje op. Dit werkt in combinatie met het ontwikkelen van helpende gedachten voor een probleem goed. Mijn ervaring na vele sessies, is dat lichaamsgerichte therapie duidelijk zijn vruchten afwerpt. Na enkele sessies ervaart het kind dat de klachten afnemen.

Wil je er meer over weten? Peter Levine schreef hierover het boek:”De stem van je lichaam”. Hij heeft een achtergrond in biofysica, stressbehandeling en psychologie. Hij werkt als stress-consulent in het Spaceshuttleproject van de NASA en is een expert op het gebied van traumabehandeling en lichaamsgerichte therapie.

Griezelig eng

Griezelen is voor sommige kinderen een lolletje. In mijn praktijk komen kinderen die minder makkelijk met griezelfiguren op televisie of de computer om kunnen gaan. Zij slapen er slecht van, dromen enge dingen of durven minder makkelijk zonder moeder op pad.

Marieke van zes jaar heeft bij een vriendinnetje samen met haar oudere zus naar een spannende kinderfilm over heksen gekeken. Het vriendinnetje vond het een leuke film. Marieke durfde niet te zeggen dat ze het spannend vond. In haar ogen was het heel echt wat ze zag. Nu denkt ze steeds mensen op de fiets te zien die eng naar haar kijken of zelfs in heksen veranderen zoals in de film. Ze wil na school niet meer bij andere kinderen afspreken. Of haar moeder moet mee. In de kindertherapie wil ze het overal over hebben, behalve over dit onderwerp, omdat ze bang is dat het daardoor erger wordt.

Denken dat het beter is het er niet meer over te hebben is begrijpelijk, maar werkt alleen met betrekking tot het rationele bewustzijn. In het onderbewustzijn speelt het irrationele nog een rol en jaagt de angst verder aan. Marieke heeft het spelen bij een ander gekoppeld aan het angstige gevoel dat ze kreeg tijdens het kijken naar de heksenfilm. Dit had thuis ook kunnen gebeuren. Thuis is haar moeder er die haar een veilig gevoel geeft. Marieke kruipt als het ware terug onder moeders vleugels omdat het daarbuiten te onveilig lijkt.

De scheidingslijn tussen fantasie en werkelijkheid (het irrationele en het rationele) is voor kinderen tot grofweg een jaar of zes flinterdun. Het naadloos overgaan van fantasie en werkelijkheid wordt ook wel het ‘magisch kind denken’ genoemd. Marieke zit in een overgangsfase. Zij is meer en meer in staat om het verschil tussen fantasie en werkelijkheid te bevatten. Een aantal sessies lang werd het heksenonderwerp gemeden. Ondertussen ontstond er een sfeer van veiligheid en vertrouwen. En op een goed moment kon de angst bespreekbaar worden gemaakt.

In de film is een vrouw te zien die in een mum van tijd verandert in een enge heks. De filmmakers hebben daar animatietechnieken voor gebruikt. Marieke heeft hier, net als alle andere jonge kinderen, geen weet van en ziet een vrouw in een heks veranderen. Zij neemt wat ze ziet voor waar aan. De filmmakers zijn geslaagd in het creëren van een illusie. Ik laat Marieke aan de hand van een pruik, bril en gespeelde enge gelaatsuitdrukkingen, ervaren hoe snel iets er voor het oog anders uitziet. Zij weet dat ik het ben en toch ziet ze een eng type.

Ook tekenen we de heks in vijf stappen terug tot een gewone vrouw. We vouwen het blaadje zo dat de gewone vrouw en de heks naast elkaar staan. “In die film hebben ze de stukjes van het verkleden eruit geknipt”, leg ik haar uit. Daar waar het kind bang voor is, kun je ontkrachten door het terug te brengen tot wat het werkelijk is: een goed verklede vrouw of een knap gemaakte pop. Vervolgens is er ruimte om aan de angstgevoelens te werken. Door de angst in een veilige setting te doorvoelen, vloeit hij weg.

*) Om de privacy te waarborgen is gekozen voor een fictieve naam.

Stil verdriet

Een kind dat een vader of moeder verliest waarvan het niet anders wist dan dat hij of zij er altijd zou zijn, wordt vaak verscheurd door verdriet bij het ontbreken van die vanzelfsprekendheid. Mats (11 jaar) weet dat zijn vader ziek is en niet meer beter gaat worden. Hij heeft kanker en kan met medicijnen zijn leven alleen nog verlengen. Sabine (19 jaar) komt naar me toe om te verwerken dat haar moeder is overleden. Er is nu niemand meer om na school een kopje thee met haar te drinken. Kinderen zoals Mats en Sabine moeten kunnen rouwen en verwerken om verder te kunnen.

Mats, 11 jaar
Als Mats voor het eerst bij mij komt, zie ik een jongen met een van ingehouden verdriet vertrokken gezicht, die nogal zenuwachtig aan zijn kleding zit te plukken. Bij alle volgende sessies die ik met hem heb beginnen de tranen al te lopen als ik hem in de wachtkamer ophaal. Hij heeft veel onderdrukte spanning. Over de ziekte van zijn vader praat hij nog niet. Wel vertelt hij druk over alles wat klasgenoten in zijn ogen niet goed doen. Kritiek geven is geen probleem voor hem. Maar daarmee houdt hij het buiten zichzelf. Als we over hem gaan praten, over wat hij voelt, is dat lastiger voor hem. Om hem te helpen bij zijn gevoel te komen pak ik fotokaarten van mensen met verdriet. De mate van verdriet verschilt per foto en hij mag beschrijven wat hij ziet en denkt. Hij kiest een foto uit waarop een meisje huilt.

Zo is er in zijn klas een meisje wiens vader in de zomervakantie is overleden aan kanker. Mats vertelt me dat hij weinig van haar verdriet merkt. Alleen toen er een toneelstuk werd opgevoerd waarin iemand doodging, zag hij dat de juf naar haar toe liep en een arm om haar heen deed. Hij heeft er geen behoefte aan om met haar over zijn vader te praten, maar vindt het fijn te weten dat er iemand is die zijn verdriet snapt. Wat Mats laat zien in zijn gedrag is dat hij weinig succesvolle ervaring heeft met het goed verwerken van verdriet. Over de ziekte van zijn vader voelt hij zich machteloos. Hij heeft geen invloed op het verloop ervan. Iets in hem denkt op de irritatie ten aanzien van zijn klasgenoten wel invloed te hebben en daarom focust hij zich daarop.

Bij Mats wordt in elke sessie het thema van zijn zieke vader meegenomen. De ene sessie wordt er veel aandacht aan besteed en in een andere sessie ligt de nadruk meer op Mats’ omgang met klasgenoten en met zijn frustratietolerantie in het algemeen. Het verwerken wordt dan in de onderstroom van zijn onderbewustzijn meegenomen. Dat zal Mats straks helpen als zijn vader komt te overlijden.

Sabine, 19 jaar
Sabines eerste sessie is een jaar nadat haar moeder aan borstkanker is overleden. Het concentreren op school gaat lastiger en ze geeft aan veel verdriet te hebben. Ze begrijpt niet dat, ondanks dat ze een jaar verder is, het verdriet de laatste tijd sterk is toegenomen. Ze zou willen dat ze haar verdriet op school ‘uit’ kon zetten. In het eerste jaar na het overlijden van haar moeder is Sabine niet gekomen tot het goed verwerken van haar verdriet. Ze heeft dit verdrongen totdat dit vanuit haar onderbewustzijn in alle hevigheid weer omhoog is gekomen en het haar niet meer lukte om het op school te onderdrukken.

Ik leer haar een manier om het verdriet te voelen zonder de te grote drang dat weg te willen hebben. Ze zwelgt in haar verdriet en die drang vergroot het drama. Ik vraag haar welke herinnering aan haar moeder vooraan ligt. Ze vertelt dat ze steeds opnieuw moet denken aan het moment dat ze in het ziekenhuis te horen kreeg dat haar moeder niet meer beter zou worden. Er komen tranen. Bij thuiskomst op haar kamer wilde ze zich met haar verdriet heel diep onder de dekens weg stoppen. Het gevoel van de schok die die mededeling toen veroorzaakte komt in de sessie omhoog. De hevigheid van het terugkerende verdriet maakt duidelijk dat ze het toen niet goed heeft verwerkt. Gaandeweg de sessie voelt en beschrijft ze op evenwichtige wijze het weggestopte leed en creëert zo de juiste afstand om het nu wel goed te verwerken. Wat sessies later vertelt Sabine dat ze op school niet meer overvallen is door plotselinge huilbuien.

Je kunt verdriet succesvol verdringen zoals Mats of erin zwelgen zoals Sabine. Beide manieren zijn niet wenselijk voor een evenwichtige ontwikkeling. Belangrijk is om verdriet goed te verwerken. Er zijn altijd mensen in je buurt die met een vergelijkbaar verlies te maken hebben gehad, je kunt leren van hun gezichtsuitdrukking, houding en manier van praten over het verdriet.

*) Vanwege de waarborg van privacy is gekozen voor fictieve namen.

Piekerpiek

Bij mij op tafel ligt een tekening. Je ziet een afbeelding van een jongen met een enorm groot rood gekleurd hoofd en eronder een klein lijfje met pieterpeuterige armen en benen, zonder voeten, waar geen kleurpotlood aan te pas is gekomen. Alsof zijn lijf niet meetelt! Het is een tekening van Roef (8 jaar). De tekening heeft weinig uitleg nodig over hoe hij zich ervaart. Hij is door zijn ouders aangemeld voor therapie vanwege zijn angsten en extreem gepieker. Doordat hij zo in zijn hoofd ‘zit’ ervaart hij amper nog dat hij ook nog een lijf heeft. Hij heeft moeite met doorademen.

Ook slaapt hij slecht vanwege het vele gepieker en ziet op tegen de dagelijkse activiteiten waarvan hij heeft ervaren er moeite mee te hebben. Grappig is te weten dat bij volwassenen het hoofd relatief klein is in verhouding tot het lichaam, om precies te zijn 1 : 8. Ook al is bij jonge kinderen het hoofd groot in verhouding tot het lichaam (bij baby’s is deze verhouding 1 : 4 , bij peuters 1 : 5 en bij kleuters 1 : 6) dan nog heeft de rest van het lichaam een veel groter aandeel. Wij mensen zijn ons hoofd (ons denken) zo’n waarde gaan toekennen, dat we met momenten vergeten dat we meer zijn dan onze kopzorgen alleen.

Belangrijk is om verschil te maken tussen denken en piekeren. Veel denken hoeft geen probleem te zijn als je denken en goed waarnemen leiden tot het vinden van een oplossing of het nemen van goede actie. Veel piekeren daarentegen is het onafgebroken repeteren van dezelfde, vaak verkeerde gedachten zonder dat er een eind aan komt. Doordat je verkeerd waarneemt blijf je maar zoeken en kom je niet verder. Je vindt de oplossing voor je probleem niet omdat je niet goed waarneemt. De oorzaak hiervan is bij iedereen anders. Er kan onjuist aangeleerd geweten aan ten grondslag liggen waardoor je bepaalde kanten niet op durft te denken of er kan sprake zijn van een psychische stoornis. Het onafgebroken zoeken geeft je spanningen en werkt uitputtend. Je kwelt jezelf ermee. Zonder dat je het een halt toe kunt roepen.

Ook Roef werd gekweld door zijn gepieker. Hij werd er zich bewust van dat hij zich ook op andere plekken in zijn lichaam naar kon voelen door het gepieker. Zijn maag deed pijn, hij begon te zweten en werd duizelig. Roef kwam met het woord ‘piekerpiek’. Hij vertelde me dat hij op momenten van zo’n piek, zulke grote zorgen had dat hij van angst bijna kon overgeven of flauwvallen. De controle op deze manier over zijn lichaam kwijtraken maakte hem radeloos. Om Roef goed te kunnen helpen was het nodig om zijn manier van waarnemen duidelijk te krijgen. Daarom liet ik hem gedetailleerd beschrijven hoe hij de gebeurtenissen waarover hij piekerde waarnam.

Ik maakte hem duidelijk waar hij hier oorzaak en gevolg niet helder zag. Dat hielp hem om tot de ontdekking te komen dat zijn geweten dat hem was aangeleerd op school en thuis, hem in de weg stond om tot oplossingen te durven komen die bij hem pasten. Zo was het gebruikelijk dat alle mannen in de familie van Roef met hart en ziel opgingen in het voetballen. Ze waren allemaal lid of werkzaam in de lokale club en sommigen zelfs in het bestuur. Roef voelde niks voor voetballen maar kon het niet aan om wat anders te durven denken. Hij voelde zich schuldig om wat anders te willen dan wat gebruikelijk is in de familie. Al die tijd had hij lichamelijke klachten gebruikt om niet op voetbal te hoeven gaan. Gaandeweg de therapie durfde hij zijn vader dit te vertellen en bleek dat deze helemaal geen punt maakte van Roefs weerzin tegen voetbal. Samen zouden ze zoeken naar een passende sport.

Het inzicht dat zijn aanname met betrekking tot het voetballen niet correct was, werkte als een regelrechte ‘eyeopener’. Roef kon hierdoor niet alleen zijn ‘voetbalgepieker’ achter zich laten, maar durfde ook andere piekerproblemen met een nieuwe kijk te benaderen.

*Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve naam.