Uit de bres springen

Nora (18) heeft het moeilijk. Haar ouders zijn kort geleden gescheiden en Nora woont bij moeder. Haar vader heeft ze al zes weken niet gezien. Ze is zenuwachtig over het contact met hem. Er zit zoveel lading op. Haar moeder is klaar met vader. Haar jongere zusje, die bij beide ouders woont, vraagt Nora regelmatig om hulp omdat ze bij vader zelf de dingen niet voor elkaar krijgt.

Nora heeft last van hyperventilatie. Ze geeft aan uitgeput te zijn van de strijd die er in haar woedt. Het zit haar niet lekker dat ze weinig contact heeft met haar vader. Tegelijkertijd is ze het ook niet eens met de manier waarop vader conflicten aangaat met haar jongere zusje (Mickie) en moeder. Tussen haar en haar zusje zit acht jaar leeftijdsverschil en de verleiding is groot om steeds ‘in de bres te springen’ voor haar zusje. Ze vraagt mijn hulp om dit gedrag bij haar te keren. In de therapie komt ze erachter dat ze ook in situaties met vriendinnen steeds voor de ander van alles wil oplossen. Als hetgeen ze probeert op te
lossen niet lukt, voelt ze zich schuldig. Zo ging een vriendin ervan uit dat Nora na een feestje altijd met haar mee naar huis zou fietsen. Nu Nora een vriend heeft wil ze ook wel eens bij hem blijven slapen. Haar vriendin is boos op haar dat ze niet mee wil fietsen en dreigt dan maar niet naar het feestje te gaan. Zo probeert ze in te werken op het te grote verantwoordelijksgevoel van Nora. Ze weet dat Nora er slecht tegen kan als een ander pijn of verdriet heeft
of het gevoel heeft dat dit door haar veroorzaakt wordt.

Haar zusje spaart de lastige onderwerpen die ze met vader heeft op tot Nora erbij is. Ze weet dat haar grote zus het voor haar opneemt, zeker als ze begint te huilen. Als Nora vader spreekt begint ze meteen haar ongenoegen uit te spreken over wat er tussen hem en Mickie mogelijk is voorgevallen. Ze zegt dat vader normaal met Mickie moet omgaan, anders wil Nora niet meer bij hem zijn. Mickie beaamt het door Nora verwoorde ongenoegen. Vader is geen prater en zegt weinig terug. Nora: “De sfeer is meteen verziekt, terwijl ik persoonlijk geen ruzie met hem heb.” Als ik haar help de situatie breder te bekijken, lucht dit haar zichtbaar op. Haar bereidheid om te stoppen alles voor de ander op te lossen wordt legitiemer, als ze inziet dat ze hiermee de ander ook iets ontneemt. Eerder vond ze zichzelf egoïstisch.

Haar zusje of vriendinnen hebben ook te leren voor zichzelf op te komen. Als Nora het voor de ander op blijft lossen, leert die ander dit niet. Ze mag ze een tijdje helpen en het voordoen en hen raad geven, maar kan niet de rest van hun leven hun schild zijn. Nora komt er de weken daarna achter dat anderen niet zomaar akkoord gaan met haar nieuwe manier van reageren. Ze proberen Nora met hun (onbewuste) strategieën te manipuleren toch weer overstag te gaan.
Doordat Nora dit met mij kan bespreken, voelt ze zich steviger om nu voet bij stuk te houden.

*) Om de privacy van de cliënt te waarborgen is gekozen voor een fictieve
naam.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 × 1 =