Altijd ziek

Elk kind heeft wel eens een griepje of iets onder de leden waardoor het tijdelijk niet mee kan komen. Na een weekje op de bank, wat extra aandacht van moeder kan het gewone leven weer opgepakt worden. In mijn praktijk spreek ik ook kinderen die chronisch ziek zijn. Zij hebben de klus om te leren omgaan met hun voor anderen zichtbare en soms onzichtbare ziekte en de beperkingen die dat met zich meebrengt.

Chantal (16) is een meisje met een leverziekte. Zij werd twee jaar geleden plotseling geconfronteerd met symptomen van een slecht werkende lever. Omdat de artsen de symptomen konden duiden, kreeg ze op tijd de juiste medicatie om te overleven. Maandenlang moest ze samen met haar ouders in de buurt van het ziekenhuis blijven. Toen de situatie stabiel was mocht ze naar huis. Van de artsen kreeg ze het advies haar gewone leventje weer rustig op te bouwen. Chantal en haar ouders vroegen begeleiding van mij omdat ze hierin allerlei onzekerheden en angsten tegenkwamen.

In de klas van Chantal was veel begrip voor haar situatie. Echter, in een middelbare school met meer dan duizend leerlingen is niet iedereen op de hoogte. Zo gebeurt het dat Chantal bij haar locker stond en omvergeduwd werd door ruziënde jongens. Ze kwam ongelukkig terecht en had pijn in haar levergebied. Hierdoor werd ze angstiger in het zich vrijelijk bewegen in het schoolgebouw. De geestelijke klap niet mee te kunnen met leeftijdsgenoten gaf Chantal gevoelens van minderwaardigheid. Ik ben met haar haar leven voor en na de leverproblemen in kaart gaan brengen. Wat is er niet meer en wat is er nog steeds wel? Het praten hierover hielp haar. Ook omdat ik er geen lading op had zien, zoals haar ouders. Bij hen had ze te maken met schuldgevoelens als ze haar verdriet liet zien. Beetje bij beetje kon ze zich weer thuis gaan voelen in haar lichaam. Omdat ze beter accepteerde wat er van binnen aan de hand was, kon ze signalen van haar lichaam gebruiken om bij te sturen. Daardoor kon ze soms besluiten wat langer deel te nemen aan een acviteit en soms een stapje terug te doen.

Pim (11) maakt zich andere zorgen. Hij heeft zijn hele leven al een botziekte waardoor hij steeds opnieuw geopereerd moet worden. Hij weet dat de puberteit een snellere groei van zijn lichaam en dus ook van zijn botten betekent en is bang voor de pijn. Op zijn armen zijn zichtbaar litekens te zien. Hij is verdrietig omdat mensen naar zijn armen staren. Hij is bang dat ze hem een monster vinden. Daarom draagt hij kleding met lange mouwen. Pim is opvallend wijs in zijn bewoordingen. Hij heeft veel meegemaakt en kan er gelukkig goed over praten. Met hem gebruik ik fotokaarten om een beeld te krijgen van zijn angsten. Bij de keuze van afbeeldingen die staan voor het gevoel dat hem verder brengt, kiest hij de zee met een duiker erin en een berg met wandelaars erop. Zijn uitleg: de zee en de berg laten beide bezoekers toe en blijven onverstoorbaar. Dat beeld is voor hem ijzersterk.

Elk opgroeiend kind ontwikkelt eigenheid. Kinderen met een chronische ziekte kunnen hier extra moeite mee hebben doordat ze zich een gedrag eigen hebben gemaakt dat anderen van hen verwachten: de dokter, hun ouders of hun leeftijdsgenoten zonder ziekte. Als ze deze last kwijtraken, wordt hun leven dragelijker en leuker.

*) Om de privacy van de cliënt te waarborgen is gekozen voor fictieve namen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 × twee =