Lamgeslagen

Kristy (22) zit onderuitgezakt. Ze verzucht: “Tot nu toe werkten we in groepjes samen aan een opdracht; nu ik mijn eigen eindproject moet maken, wordt er echt iets van mij verwacht.” En daar loopt ‘t vast. Ze voelt zich depressief, ongemotiveerd, geblokkeerd en weet dat ze uitstelgedrag vertoont. Langzamerhand durft ze zich niet meer op de universiteit te vertonen omdat de medestudenten allemaal goed bezig zijn met hun project en zij niet.

Een tennistoernooi weet ze prima te organiseren en ze speelt er de sterren van de hemel. Hierover praat ze enthousiast en vrolijk. Zodra het gespreksonderwerp verandert naar haar project wordt ze somber. Ze geeft aan niet te weten hoe ze hiermee verder moet en dat maakt dat ze lamslaat. Haar projectbegeleider heeft haar een bedrijf toegewezen waar ze onderzoek moet doen om voor haar bachelor te slagen. Volgens Kristy is het onderwerp vaag en zolang ze geen stappen zet, blijft dat zo. De weken vliegen voorbij zonder duidelijke vorderingen. Na tien weken is ze, naar eigen zeggen, ingestort. Ze kan moeilijk stoppen met huilen.

Kristy wordt op twee manieren geholpen. Praktisch, door inzichtelijk te maken hoe ze het project in kleinere stappen kan opdelen en domweg uitvoeren, zonder steeds na te denken of het wel zinvol is. In het begin van een project mis je overzicht en het gevoel of het zinnig is wat je doet. Het is moeilijk om je aan het werk over te geven zonder dat je weet waar het precies toe leidt. Om haar vertrouwen en inzicht te sterken, wordt haar het voorbeeld van leren tennissen gegeven. Nu als succesvol tennisster weet ze – al dan niet bewust – dat er moeilijkheden te overwinnen zijn in een leerproces. Toen ze startte met lessen wist ze niet wat ze tegen zou komen, maar wist ze wel de richting. Er zijn legio voorbeelden van. In haar stageproject zijn de doelen vaag omschreven waardoor ze geen duidelijke richting heeft om aan vast te houden. Dat werkt nu blokkerend. We bekijken welke onderliggende patronen, negatieve gedachten of gedragingen haar blokkeren. Ze komt erachter dat haar drang naar perfectie haar tegenwerkt. Als ze niet direct weet waar het op uitdraait, lijkt ze te blokkeren en niets te willen riskeren. Ze heet een verlangen om het project af te maken en tegelijkertijd loopt ze in zichzelf tegen allerlei weerstand aan om het voor elkaar te krijgen.

Ze wil het perfecte plaatje, het succesvolle resultaat, maar wat ze daarvoor moet doen, daar heet ze geen zin in. Ze moet iets creëren wat er in haar beleving nog niet was. Ze weet dus niet hoe het ‘perfecte project’ eruit zou moeten zien. Ze zou liever gisteren al bij het eindresultaat zijn dan morgen zonder alle tussenliggende stappen, met moedeloosheid tot gevolg. Dit dient ze onder ogen te zien zonder zichzelf op de kop te geven. Die zelkastijding blokkeert en verkrampt haar. Ze kan beter geïnteresseerd zijn in haar manier van reageren op dit project en de patronen hierin leren doorgronden. Als ze bereid is hier met enige humor en zachtheid relativerend naar te kijken, kan ze het geblokkeerde oplossen en krijgt ze haar project af.

*Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve naam.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

veertien + veertien =