Eigen Kijk

Sjaak (19 jaar) geeft aan hulp nodig te hebben omdat hij er zelf niet meer uit komt. Hij is gezakt voor zijn laatste jaar managementopleiding. Bij het eerste gesprek geeft hij blijk van genoeg zelfreflectie. Hij weet van zichzelf dat hij koppig en dominant kan zijn. Als hij vindt dat dingen op zijn manier moeten gebeuren, staat hij niet meer open voor de inbreng van een ander. Het lukt hem niet de rem op ‘zijn eigen kijk’ te zetten. Daarmee brengt hij zichzelf keer op keer nodeloos in de problemen.

Hij uit zijn ongenoegen of afkeuring in het bijzijn van anderen zo duidelijk, dat leraren en medeleerlingen waar hij van afhankelijk is en met wie hij moet samenwerken tijdens schooluren en stage, hem liever zien gaan dan komen. Toch moet hij met hen verder wil hij zijn diploma behalen.

Hij begrijpt dat hij zich in zal moeten houden als hij vindt dat anderen het uitvoeren van taken niet goed doen. Om dit ook daadwerkelijk te doen zal hij de rem op zijn kritische manier van uiten moeten zetten.

Zo was Sjaak tijdens de laatste periode van het afgelopen schooljaar op een stageplek waar hij taken kreeg die minder interessant waren dan hij gedacht had. Omdat hij wel werk ‘zag’ ging hij op eigen houtje taken uitdelen aan het personeel. Deze proactieve houding werd niet op prijs gesteld door de leidinggevenden. Ze vonden dat hij te weinig oog had voor anderen en niet goed samenwerkte.

Sjaak vindt van alles, maar daar redt hij het niet mee. Hij vertelt vol spijt dat hij met regelmaat de stagebegeleider of de medestudenten vertelde hoe het in zijn ogen moest. Op dat moment vond hij zichzelf zo in zijn recht staan dat hij dit belangrijker vond dan een ‘diplomatiek meegaan’ in de wensen van zijn opleiding.

Ik leg hem uit dat het slim is je doel in de gaten te houden. Als het doel is ‘je diploma behalen’ ben je op dat moment afhankelijk van de eisen die de school stelt. Zelfs als dit in Sjaaks ogen onredelijke eisen zijn. Je kunt je ongenoegen wel aankaarten, maar als je merkt dat je niks bereikt of zelfs de kans loopt geschorst te worden, is het eieren voor je geld kiezen.

In de therapie help ik Sjaak het innerlijk verzet dat het ‘gewoon meedoen’ op school in hem aanwakkert te doorvoelen en doorgronden. Sjaak ervaart hiermee dat hoe meer hij het aandurft het verzet in hemzelf op te lossen, hoe minder het nodig is dit in de buitenwereld uit te vechten.

Je kunt je eigen waarheid, normen of waarden koesteren en uitdragen bij diegene die ze willen horen en hier een juist gevoel voor ontwikkelen. Sjaak moest leren dat je niet te allen tijden op alle plekken je kijk kunt uiten. Nu heeft hij dit door de ontstane schade op harde wijze geleerd. Doordat hij in de therapie zijn eigen innerlijke verzet heeft onderzocht, zal hij dit schooljaar minder verblind zijn door eigen gelijk. Hij geeft aan open te kunnen staan voor de kijk van een ander.

Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve naam.

Rebels

Om volwassen te worden zet je je af tegen je ouders. Je schopt tegen hun waarden en normen aan en probeert je eigen koers te varen. Sommige kinderen draven hierin door. Uit drang tot vrijheid gaan ze overal tegen in. Ze verdedigen iets in zichzelf zonder te weten wat. Oftewel ‘rebel without a clue’.

Dion (12 jaar) komt samen met zijn pas gescheiden ouders bij mij terecht vanwege een hulpvraag vanuit school. Dion vertoont een leerachterstand vanwege dyslexie. Ook heeft hij last van gedragsproblemen en weet hij zijn emoties niet juist te reguleren mogelijk vanwege langdurig pestgedrag op de basisschool. Nu, in de brugklas heeft hij weinig aansluiting met klasgenoten anders dan met meisjes en vriendinnen van zijn oudere zus. Omdat Dion zich bij zijn ouders moeilijk uit over zijn gevoelens, anders dan door boos te worden en weg te lopen, kunnen zij moeilijk inschatten wat hij van de scheiding vindt.

In een oudergesprek is moeder degene die steeds vol schiet en lijkt vader juist emotieloos. Ze voelen zich schuldig over de scheiding omdat dit een extra negatief effect lijkt te hebben op de toch al rebellerende Dion. Hij speelt de regels van beide huishoudens tegen elkaar uit en gaat zijn eigen gang. Als het hem niet bevalt loopt hij tijdens het avondeten weg naar zijn kamer of pakt de fiets en zegt naar vrienden te gaan.Zijn ouders hebben geen idee waar hij is. Beiden nemen een passieve houding aan en zeggen niet te weten wat te doen.

Ik adviseer ouders de leiding te nemen. Doen zij dat niet, dan neemt de onzekerheid van Dion de leiding. Die onzekerheid is typisch kinderlijk, oftewel het ‘instant willen’ waarbij het kind doorgaans argeloos en roekeloos is. Het kind is verre van zeker van een goede uitkomst.Het doet maar wat, het handelt naar de impuls. Daarom moet het begrensd worden. De ouder is bedachtzamer en heeft meer overzicht omdat deze al meer ervaring heeft. Ook Dion heeft het nodig dat zijn ouders hem begrenzen en duidelijk zijn welke regels in beide huizen gelden.

Het gedrag dat Dion naar zijn ouders laat zien vertoont hij ook naar leerkrachten en klasgenoten. Hij verzet zich openlijk tegen opmerkingen, samenwerking en deelname aan activiteiten zonder duidelijke reden. Ondanks dat hij hardop verkondigt wat hij allemaal niet wil, weet hij niet goed wat hij wel wil. Door al hetgeen is voorgevallen gedetailleerd te bespreken, wordt het hem duidelijk dat het verzet hem meer kost dan het hem oplevert. Hij verdedigt iets zonder dat hij weet wat. Vanuit een soort innerlijke drang lanceert hij iets als een ‘ongeleid projectiel’ de wereld in, zonder dit gevoel te onderzoeken. Ik help hem duidelijk te krijgen wat nodeloos en wat legitiem verzet is. Zodat hij het zichzelf in het dagelijks leven minder moeilijk hoeft te maken.

Dion is bewuster hoe het rebelse gedrag hem benadeelt. Hij leert beetje bij beetje zijn weerstand te bestuderen en te doorgronden. Hij heeft door dat hij zich alleen maar prettig voelt bij vrienden die geen weerstand bieden. Hij ervaart een gevoel van vrijheid maar bouwt niks op omdat hij er niet van leert. Zodra zij tegengas geven haakt hij ook bij hen af. Mogelijk is dit gedrag het gevolg van de pesterijen eerder in de tijd. Hij probeert nog steeds ervoor weg te lopen. Door op een goede manier te leren met tegenstand om te gaan, wordt hij volwassen. Die manier is durven voelen wat er innerlijk gebeurt en dat bedachtzamer uiten onderwijl rekening houdend met de omstandigheden en situatie. Hij leert sportiever en met meer humor te reageren. Omdat hij de bedachtzaamheid miste, ingebed in een goed gevoel kon hij sociaal onvoldoende meekomen. Nu lukt dat beter.

*) Om de privacy van cliënt te waarborgen is er gebruik gemaakt van een fictieve naam.

Charmes

Wies (5) is een extrovert en enthousiast meisje. Volgens moeder heeft Wies in haar ontwikkeling, meer dan haar andere kinderen, moeite met het tot 10 tellen en het juist benoemen van kleuren, vormen, benamingen en dagen van de week. Het ene moment gaat het foutloos en het andere moment haalt ze alles door elkaar, terwijl ze er zelf van overtuigd is dat ze alles goed doet. Wies heeft moeite om zich te concentreren, ze kan boos worden omdat het haar niet lukt. In spel kan ze bazig zijn en wil ze de dingen naar haar hand zetten. Met haar charmes en volhardendheid krijgt ze dat voor elkaar.

Dat Wies charmant is heb ook ik meteen door. Met haar ontwapenende lach zet ze me zo naar haar hand en gaat ze na de eerste sessie de deur uit met de levensgrote knuffel Nijn die ze mag lenen.

Wies is een ‘spring-in-’t-veld’ die moeite heeft met haar aandacht bij één ding te blijven. In mijn praktijk ziet ze van alles wat ze mooi vindt. Ze is nog niet met het een bezig of ze valt bijna over haar eigen benen om bij een handpop in de andere hoek van de kamer te komen. Door haar enigszins streng te begrenzen in wat mag, komt ze een beetje tot rust en lukt het wel om bij één ding te blijven.

Door deze observaties kom ik erachter dat Wies alles even belangrijk vindt wat in haar blikveld komt. Ze maakt ‘haar’ filters dominant. Waarbij ze anderen continu deelgenoot wil maken van wat zij doet en vindt, zonder rekening te houden met wat algemeen afgesproken is, zoals dat koud koud is en water water genoemd wordt.

Op school is Wies heel zorgzaam voor anderen. Ze kan hierin doorslaan en wordt dan bemoederend en bazig. Ze vertelt in de kring honderduit over hoe het allemaal moet volgens de juf. Dat andere kinderen dit niet fijn vinden ziet ze niet.

Met behulp van Duplospel verleid ik haar op speelse wijze en laat ik haar zien wat er gebeurt aan de hand van haar gedrag. Ik gebruik hiervoor andere personages, maar Wies is slim genoeg om indirect op te pakken dat het over haar gaat. Eén zo’n situatie gaat over het zwembad waar ze ongedurig haar benen vanaf de rand heen en weer blijft zwieren tot ongenoegen van de badjuf. In het spel dat ik met haar naspeel is er een druk konijntje dat steeds voordringt bij het zwemmen en door ‘meester uil’ op zijn plek wordt gezet.

Wies mag de uil spelen. Ze vindt het geweldig om de positie van de ander, de autoriteit, in te nemen. Ze merkt op dat het voor beide partijen meer genot geeft als het konijntje meedoet in plaats van tegenwerkt. Al spelend krijgt ze overzicht over de situatie en ervaart ze meer tevredenheid als ze rekening houdt met de ander.

Tegen deze achtergrond kunnen we haar eerdere gedrag beter begrijpen. Haar intenties waren sociaal, ze wilde wat brengen. Maar zonder kennis van het ervaren van de ander bleek ze een ‘a-sociale stoorzender’, terwijl ze het goed bedoelde.

Steeds weer, is spel dat haar verleidt om tot ander gedrag te komen. Haar karakter en bewustzijn zijn speels van aard. Ze begrijpt wat ik doe niet in woorden, maar in gevoel. Als het ware keur ik haar speelse verleiden, haar charmes, goed door zelf ook deze manier te gebruiken om haar iets te leren.

*) Om de privacy van cliënten te waarborgen is er gebruik gemaakt van een fictieve naam.

Slaapwerk

De hersenen zijn continu aan het werk, als je kind lekker ligt te slapen wordt alles wat het overdag heeft meegemaakt verwerkt, op een rijtje gezet. Goede nachtrust is hiervoor belangrijk. Helaas komt het vaak voor dat een kind kampt met slaapproblemen en zich hier druk om maakt. De redenen hiervan zijn divers.

Jules (10) durft zowel s’ nachts als overdag niet alleen in zijn slaapkamer te zijn. Als hij zijn voetbalspullen boven heeft liggen moet zijn moeder onderaan de trap wachten tot hij de spullen gehaald heeft. Als zij ‘s nachts niet het eerste kwartier bij hem ligt breekt het angstzweet hem uit. Bovendien slaapt hij uit angst tussen zijn ouders in.

Suus (8) heeft moeite met het juist verwerken van prikkels. Na een dag van veel nieuwe indrukken, zoals na een schoolreisje, kan zij niet slapen. Door deze zelfkennis treuzelt ze al lang voor het moment van naar bed gaan.

Felix (16) plant moeilijk, leert traag, piekert over de volgende dag en alles wat hij moet doen, zonder hier een goed beeld van te hebben. Hij kan zijn hoofd zogezegd niet ‘uit’ zetten. Regelmatig slaapt hij pas om 3 uur ’s nachts. Dit gebrek aan controle maakt hem somber.

Dit zijn enkele voorbeelden van kinderen met slaapproblemen. Om hen tot een goede nachtrust te laten komen is het nodig de onderliggende oorzaak te achterhalen.

Bij Jules gaan we aan zijn angst werken. Op een schaal van 0-10 laat ik hem een cijfer geven voor hoeveel last hij nu heeft en wat wenselijk is. Ik laat hem visualiseren dat hij in het donker is en we zoeken de angst op. Hij benoemt waar deze in zijn lichaam voelbaar is. Door dit bewustzijn wordt de angst tastbaar in de plaats van iets waar hij niks over te zeggen heeft. De volgende stap is een uitlaatklep vinden voor de angst in zijn lichaam.

Suus heeft moeite met filteren. Mist focus, vindt alles even belangrijk en gaat met alle prikkels in haar hoofd op de loop. Zij wordt er doodmoe en rusteloos tegelijk van. Eerst help ik haar accepteren dat deze prikkels er zijn. Minder weerstand is nodig om naar zichzelf te kijken en te beschrijven hoe de prikkels in haar systeem komen. In de visualisatie leert ze de prikkels met humor te bezien. Zo leert ze speels door te hebben wanneer de prikkels komen en gaan en uit te testen wat goed voor haar werkt. Als ze beschrijft waar ze de prikkels voelt en gelijktijdig uitademt verminderen deze. Door te denken aan iets wat haar overprikkelt neemt het weer toe. Steeds opnieuw de spanning opzoeken en uiten helpt. Zo krijgt ze grip.

Felix kan met praktisch hulp in het leren en plannen geholpen worden. Hij dient een goede analyse te maken van wat er gedaan moet worden en dit te plannen en vervolgens stap voor stap uit te voeren. Dan valt er niks meer te piekeren. Het resultaat kan even op zich laten wachten. Dit kan moeilijk zijn omdat hij zijn tevredenheid haalt uit resultaat in de plaats van de weg er naar toe.

Daarnaast moet hij zich beter leren uiten in zichzelf zodat de spanning van buiten minder grip op hem krijgt. Gezonde spanning hoort bij het leven. Hij dient door te krijgen dat hij die spanning nodeloos vastzet, hoe hij dat doet en dat die spanning verkrampend werkt waardoor hij niet meer flexibel genoeg is.

Uiten in jezelf is iets plezierigs en niet moeilijk als je weet wat je moet doen. Het is leren uitademen op spannende of intense momenten en ongemakkelijke gevoelens met enige humor benaderen in plaats van de adem vastzetten. Naar bed gaan wordt dan een plezierig moment van de dag om tot rust te komen. Met minder druk op slapen en meer op het spel om de juiste spanning terug te krijgen.

*) Om de privacy van de cliënten te waarborgen is gekozen voor een fictieve namen.

Uitlokken

Is mijn dochter te goed gebekt?

Manon is 11 jaar en komt regelmatig in de problemen, zowel thuis als op school. Volgens haar moeder heeft ze altijd een weerwoord klaar en wil ze niet graag dat een ander het laatste woord heeft. Zelf ervaart Manon dat ze gepest wordt en dat leerkrachten daar onvoldoende tegen optreden. Hierdoor gaat ze met tegenzin naar school en voelt ze zich vaak onzeker.

Vorig schooljaar liep het pesten hoog op toen tijdens een pauze haar bril van haar gezicht werd geslagen. Hoewel de school uitgebreid aandacht besteedde aan het incident, heeft Manon het gevoel dat er weinig is veranderd. Ze blijft boos en gekwetst door wat er is gebeurd. Daarnaast denkt ze vaak dat klasgenoten haar voortdurend beoordelen op haar uiterlijk, haar manier van praten en haar gedrag. Wanneer iemand iets vervelends zegt of doet, reageert ze direct en vaak fel terug. Hierdoor ontstaan regelmatig nieuwe conflicten.

Ook thuis lopen de spanningen soms op. Aanvankelijk kwam haar moeder nadrukkelijk voor haar op bij de school. Toen zij later inzag dat Manon niet alleen slachtoffer was van de situatie, maar ook moest leren kijken naar haar eigen aandeel in de conflicten, leidde dat tot discussies tussen moeder en dochter.

Tijdens de therapie blijkt Manon gelukkig open te staan voor humor en zelfreflectie. Samen onderzoeken we of haar negatieve gedachten altijd overeenkomen met de werkelijkheid. Wanneer zij zegt dat “iedereen” haar haat, ontdekt ze dat ze wel degelijk vriendinnen heeft die graag met haar omgaan. Ook leert ze dat haar impulsieve en uitdagende reacties pesters soms juist aanleiding geven om door te gaan.

Door middel van praktische oefeningen ervaart Manon dat zij meer invloed heeft op situaties dan zij dacht. In plaats van direct terug te schelden, oefent zij met rustig blijven, de ander aankijken en vervolgens weglopen. Hierdoor leert zij anders om te gaan met pestgedrag en krijgt zij meer vertrouwen in zichzelf.

De vraag is uiteindelijk niet of Manon “te goed gebekt” is. Veel belangrijker is dat zij leert hoe haar eigen gedrag invloed heeft op anderen en hoe zij op een effectieve manier voor zichzelf kan opkomen zonder telkens in conflicten terecht te komen. Door dat inzicht groeit haar weerbaarheid en neemt haar gevoel van controle toe.

Om de privacy van de cliënt te waarborgen, is gebruikgemaakt van een fictieve naam.

Sportiviteit

Sportiviteit wordt gebruikt in teamverband, zoals op de voetbal-  en hockeyvelden. Een gebrek aan sportiviteit kan een kind in de problemen brengen op school en thuis. Het gaat om ruiterlijk je verlies nemen en weten uit te delen zonder over de grens van de ander te gaan.

Regelmatig komen er kinderen in mijn praktijk die sportiviteit kennen in het spel, maar dit niet in de schoolomgeving of thuis weten toe te passen. Zo ook Leon van 10 jaar. Hij heeft duidelijk in gedachte hoe zijn perfecte woensdagmiddag eruit moet zien. Gezellig met zijn beste vriend op de bank en gamen maar! Helaas wordt zijn geluk ruw verstoord als er aangebeld wordt en twee klasgenoten vragen of ze meekomen naar het schoolplein. Leon hoort zijn vriend gretig “ja” zeggen terwijl hij zelf zwijgend baalt. Hij voelt zich buitengesloten.

Op het schoolplein gaat het vervolgens steeds mis omdat Leon weigert mee te doen met de voorstellen van anderen. Hij vindt dat ze zijn zin moeten doen. Zijn hulpvraag is dan ook dat zij moeten veranderen. Maar aangezien zij niet bij mij komen, kan ik hierin voor hem niets doen. Aanvankelijk wil dat er bij hem en zijn moeder niet in.

In een oudergesprek begint moeder in te zien dat zij Leon niet voldoende zelfredzaam heeft gemaakt door hem te verwennen en lastige dingen voor hem op te knappen. Ze probeerde zelfs zijn vriend ervan te overtuigen dat een middag alleen met haar zoon leuker was. Doordat zijn moeder hem vaak zijn zin geeft, is Leon dit ook gaan verwachten in de buitenwereld. Vervolgens valt dit tegen en kan hij er niet flexibel mee om gaan en wordt hij boos. Hulp van moeder is dan ook nodig. Leon moet eerst in de thuissituatie ervaren dat er ander gedrag nodig is. Hier is het immers ook aangeleerd en dat voelde veilig voor hem. Als hij zich nu in deze veilige setting laat corrigeren, waardoor zijn verwachtingspatroon een betere vorm gaat krijgen, dan laat hij zich door de buitenwereld ook makkelijker corrigeren. In dit geval door zijn klasgenoten.

Sportiviteit wil in mijn ogen zeggen dat je in staat bent om te incasseren en zelf indien nodig uit te delen zonder over de grens van de ander te gaan. Hierbij gaat het om een open en flexibele houding. Als je vanuit de thuissituatie de juiste spanning mist omdat je weinig zelf hoeft op te knappen ben je te zwak om op eigen benen te staan. Je kunt de klap dan niet opvangen als hetgeen je verwacht niet uitkomt. Als reactie hierop vindt er vaak een soort ‘overspanning’ plaats waardoor je kwaad wordt, overschreeuwt, overspannen reageert of jezelf terugtrekt in een hoekje. Het gemis aan de juiste spanning maakt dat je niet helder waarneemt en reageren kunt. Je sluit in je waarneming niet aan bij je omgeving. Door deze spanning eerst thuis te herstellen, kan dit vervolgens ook elders toegepast worden en neemt de sportiviteit toe.

*) Om de privacy van de cliënt te waarborgen is gekozen voor een fictieve naam.

Uitleven

Sjors (10) houdt ervan zich uit te leven. Hij kan echter last hebben van uitbarstingen. Wat er dan in hem leeft aan irritatie of onrust leeft hij op een ander uit.

Bij aanmelding geven ouders aan dat Sjors een lieve en zorgzame jongen is die echter moeite heeft met zijn emotieregulatie. Hij kan agressief gedrag vertonen. Als hij boos is, krijgt hij een waas en is niet meer in staat ‘logisch’ te redeneren. Daarna heeft hij moeite te vertellen wat de aanleiding was. Hij liegt, legt de oorzaak buiten zichzelf en richt zich op de rol van de ander. Vervolgens heeft hij last van onzekerheid en doet uitspraken die wijzen op een laag zelfbeeld, zoals: ‘ik ben toch maar een rotkind’. Zijn ouders schrikken hiervan. Ze benadrukken het lieve in hem en zijn erg begripvol.

Elke keer dat Sjors zich impulsief gedraagt, eindigt het in narigheid. Zo moest hij bij de voetbaltraining per se nog een keer tegen de bal trappen terwijl de trainer iedereen gewaarschuwd had ermee op te houden. Hij wordt van het veld gestuurd en vindt het super oneerlijk. Hij is in paniek en wil van voetbal af. Zijn vader troost hem en belooft met de trainer te praten.

Thuis vindt Sjors dat hij in de kamer van zijn zus mag spelen. Zij probeert hem eruit te duwen. Omdat het haar niet lukt, geeft ze hem een tik. Hij geeft een harde tik terug en scheurt een poster van haar deur. Zij gilt en roept haar moeder om hulp. Moeder zegt hem sorry te zeggen. Hij doet dat niet, want in zijn ogen is hij niet begonnen.

Ook vertelde zijn moeder dat hij op school moest samenwerken aan een knutselopdracht. Hij pakte een gum van school en tekende er een Pokémon op. Een klasgenoot zei er wat van en werd vervolgens door Sjors met zijn hoofd op de tafel gedrukt. Deze sloeg hem in zijn gezicht. Als reactie beet Sjors in zijn onderarm. Waarop beide jongens straf kregen. Zeer oneerlijk volgens Sjors, want die jongen had zich gewoon niet met die gum moeten bemoeien. Zijn moeder vertelt dit verhaal met een onzekere lach.

Moeder laat hier haar onzekerheid zien als opvoeder. Zijn ouders willen het lieve zien en lossen het op met weglachen en begrip hebben. Ze verstaan onder begrip hebben hem uit de wind houden. Hij vertelt hen over de nadelige gevolgen van zijn opvliegende gedrag en zij proberen het voor hem op te lossen door met de trainer, de juf of het vriendje te praten en ook bij hen om begrip te vragen. ‘Sjors bedoelde het zo niet, hij zag het niet aankomen of hij begreep het niet.’ Daarmee praten ze het goed en Sjors leert niks. Hij krijgt een verkeerd beeld van hoe de werkelijkheid in elkaar zit en hoe hij zich dient te gedragen in de omgang met anderen. Juist omdat hij niet juist gecorrigeerd wordt neemt het onzekere in hem de leiding en gaat hij keer op keer de fout in. Zolang zijn ouders hem niet duidelijk laten merken dat zijn gedrag niet kan en nare gevolgen heeft voor hem, bewerkstelligen zij alleen maar dat zijn onzekere, onvoorspelbare en explosieve gedrag toeneemt. Hij is zogezegd niet trefzeker in het juiste gedrag naar anderen toe. Hij raakt het niet.

Zijn ouders hebben een zelfverzekerde en liefdevolle strengheid nodig om Sjors te corrigeren. Als hij van hen leert wat de gevolgen zijn van datgene wat hij met zijn impulsieve gedrag veroorzaakt, kan hij zich leren aanpassen, meekomen en daadwerkelijk een evenwichtige en liefdevolle persoonlijkheid worden.

Daarnaast leer ik hem bewust te worden van hetgeen hij voelt in zijn lichaam en hoe hij irritatie in zichzelf kan doorleven in de plaats van uitleven op een ander. Doorleven is het bewust worden van waar het geïrriteerde gevoel in zijn lichaam een plek heeft gekregen. Sjors beschrijft dat zijn kaken op elkaar gaan, hij een oppervlakkige, gehaaste ademhaling heeft en zijn schouders verkrampen. Door hier met zijn aandacht naar toe te gaan en met een beetje humor naar te kijken, terwijl hij bewust focus brengt in zijn ademhaling, , lost de spanning op zonder dat hij zijn omgeving hiermee belast.

*) Om de privacy van de cliënt te waarborgen is gekozen voor een fictieve naam.

Vlinders

Jongeren met vlinders in hun buik. Werkt dat nog hetzelfde als vroeger of is met de komst van sociale media ook het gevoel van verliefdheid veranderd? Toen we nog geen computers hadden, geen mobieltjes en sociale media nog niet bestonden, uitten we de liefde in briefjes of krasten de naam van op wie je was in een boom. Je deelde het met je beste vriend of vriendin en dagdroomde lekker weg. Er werd wel gekletst, maar het was ondanks dat dit pijnlijk kon zijn, te overzien. Jongeren hebben met de komst van sociale media ook een heel andere beleving gekregen van verliefd zijn.

Vroeger ging het publiceren van verliefdheid van mond tot mond of via een briefje. En als je het al aan een papiertje toevertrouwde was het, nadat je het verscheurde, ook echt weg. Er liep vroeger niemand rond met een camera om iets vast te leggen en er was ook geen web om het op te slingeren.

Tegenwoordig lijkt het makkelijker dat je met sociale media niet de ‘oog in oog-confrontatie’ aan hoeft te gaan omdat het met één druk op de knop verzonden is. Hetgeen verspreid is, is vluchtig. Echter het medium waar gebruik van wordt gemaakt is dat niet. Gegevens kunnen jaren later nog teruggetoverd worden en het bereik is enorm.

We hebben allemaal een hang naar intimiteit en een drang tot publiceren. Het publiceren van iets wat kwetsbaar is, wordt vaak niet goed doordacht. De drang is impulsief, behoeft onmiddellijkheid.

Marit (16) is hevig verliefd, maar geeft aan dat ze soms meer spanning heeft dan blijdschap. Als ze alleen is met haar vriend ervaart ze intimiteit en liefde. Zodra hij echter uit het zicht is, vraagt ze zich af waarom hij haar apps niet direct beantwoordt of om 02.00 nachts nog online was. En ze vraagt zich af met wie. Ook ontvangt ze ongevraagd uit de vriendengroep apps of chats waarin zij haar onzeker maken met informatie dat haar vriend gezien was op de kermis met een ander.

Ook Shirley (15) is geschrokken van het wantrouwen dat sociale media in haar relatie veroorzaken. Zij zag een privéfoto van haar en hem terug in een groepsapp. Niemand wist haar te vertellen hoe die foto er gekomen was. Vooral het niet weten gaf haar een onveilig gevoel waardoor zij wakker begon te liggen en zichzelf beschreef als paranoïde. Er wordt dus over verliefdheid en de bijkomende intimiteit veel openlijker gepubliceerd. Al dan niet met toestemming van de jongere in kwestie.

Als je als jongere aan een relatie begint en je blootgeeft aan die ander, zowel letterlijk als figuurlijk, is dat al spannend genoeg. Je weet namelijk niet wat de drijfveer en verlangens van de ander zijn. Je weet niet of ze zuiver zijn. Je moet, om een relatie bestaansrecht te geven, wel intiem durven zijn, maar daarmee loop je een risico. En zoals gebleken zijn die risico’s er met de komst van de sociale media niet kleiner op geworden, integendeel.

Omdat je als jongere niet goed in weet te schatten of de ander liefdevol en integer met jouw openheid omgaat, is dit een onveilig spel dat veel spanning geeft. Jongeren kunnen lichamelijk volwassen ogen, maar zijn dit innerlijk doorgaans niet. Zij weten niet goed om te gaan met de intimiteit van zichzelf en die ander en publiceren dit vervolgens verkeerd of schaamteloos waarbij ze aanvankelijk die ander al dan niet opzettelijk, en uiteindelijk ook zichzelf schaden. In hun stoerheid of dadendrang blijken ze dan onbetrouwbaar.

Door als jongere je tijdig af te vragen of het wel zo verstandig is om iets te delen via sociale media voorkom je dat je slaaf of slachtoffer bent van je impulsiviteit. Je wilt toch dat het fladdert in je buik in de plaats van over het internet.

*) Om de privacy van cliënten te waarborgen is gekozen voor fictieve namen.

Erbij horen

Uitgestoten worden is waarschijnlijk een oerangst van alle mensen. Een angst om de veiligheid van de vertrouwde groep te verliezen. Volwassenen hebben inmiddels geleerd wat sociaal acceptabel is en zullen minder snel opzettelijk een ander buitensluiten. Kinderen echter, zijn onderling vaak impulsiever, opportunistischer en directer in hun woorden en daden dan de meeste volwassenen en daarbij voelen ze haarfijn aan als een eenling zich onzeker voelt.

Jack (12 jaar) is dit schooljaar begonnen op de brugklas. Hij was de enige van zijn oude lagere school die naar deze middelbare school ging en probeerde extra inspanning te leveren om erbij te horen. Al gauw werd hij betiteld als “meeloper” zonder dat hij mee mocht lopen. Hij mist de eigenheid en de ander voelt dat. Als er groepjes gekozen moesten worden bleef hij over, of als hij zelf actief zijn best deed om kinderen te vragen wezen die hem direct af al dan niet met smoesjes. Jack gebruikte zijn mobiele telefoon als troost om zich in de pauzes bezig te houden, want dat zag er in zijn ogen beter uit dan alleen, doelloos op een bankje zitten.

Ook Luna (10 jaar) geeft aan zich regelmatig buitengesloten te voelen. Ze had een paar vriendinnen, maar sinds er een nieuw meisje in de klas is gekomen delft Luna het onderspit. De nieuweling wist de andere meisjes voor zich te winnen en als Luna vroeg of ze mee mocht doen was het standaard antwoord: “nu even niet”. De ouders van Luna merkten dat ze steeds minder graag naar school ging en niet meer afsprak.

Kinderen zoals Jack en Luna zijn er vele. Zij zijn misschien net wat gevoeliger of minder handig om van zich af te bijten. Ze voelen zich ongemakkelijk als ze geen aansluiting vinden en gaan zich vervolgens ongemakkelijk gedragen en dingen doen die niet bij hen passen om er bij te horen. De ander weet niet precies wat hij bij hen ziet maar pikt die ongemakkelijkheid en onzekerheid op. Zij vinden het (onbewust) fijn om te groeien ten koste van de onzekerheid van de ander. Dat geeft hun macht.

Zowel Jack als Luna help ik bewust te worden wat er innerlijk gebeurd als zij op een ander afstappen.  Het ongemakkelijke gevoel in de buik, het inhouden van de adem, de kwaadheid die zich vast zet op de kaken, de opkomende tranen of het wegstaren. Soms spelen we de situatie na waardoor het kind het ongemakkelijke of onveilige gevoel van er niet bij horen ervaart. Door ze te laten beschrijven wat ze ervaren in lichaam en gevoel, vindt er bewustzijn plaats. Tot dat moment was er louter angst. Ik help ze te oefenen met een manier van reageren die beter past bij hen en de situatie. Door dit in rollenspel te oefenen en vervolgens te doorvoelen kan dit in hen verankeren zodat ze zich er thuis in gaan voelen. Wat er gebeurd is dat hun gedrag begint te passen zoals Darwin dit beschreef in “survival of the fittest”. Hij doelde hier niet op het overleven van de sterkste maar van de best aangepaste. Oftewel om kan gaan met de situatie.

In de therapiesetting help ik hen een betere ervaring op te doen, waardoor eerdere negatieve ervaringen in een breder perspectief komen te staan. Zo doen ze ter zake doende kennis en vertrouwen op en kunnen dientengevolge de sociale arena gelijkwaardiger en zelfverzekerder in.

*) Om de privacy van de cliënten te waarborgen is gekozen voor een fictieve namen.

 

 

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…

Niet iedereen ziet hetzelfde. Een goed voorbeeld hiervan is kleurenblindheid. Kleurenblindheid is het niet volledig normaal waarnemen van kleuren. Bekend is dat dit leidt tot moeilijkheden bij het waarnemen van verschillen tussen met name rood en groen. Dat het bestaat weten we en vinden we niet gek. Wat we gekker vinden en moeilijker accepteren van onszelf is dat we mogelijk niet goed waarnemen. We ervaren onszelf in ons uiterlijk of ons gedrag anders dan dat het werkelijk is. Dit erkennen kan ons in eerste instantie onzeker maken. Want als we niet goed waarnemen, hoe komen we dan de dag goed door? Hoe maken we de juiste keuzes? En hoe zorgen we dat we niet in de put raken door een verkeerde waarneming? Helpend kan zijn onze waarneming te bestuderen en indien nodig te toetsen op juistheid.

Manet (9) heeft sinds vorig jaar in groep 5 een negatief lichaamsbeeld, ze vindt zichzelf te dik. Ze werd zich toen bewust van haartjes op haar armen en benen en vond haar bovenbenen dik toen ze in de spiegel keek. Ik vraag haar hoe je een idee over jezelf kan krijgen. Volgens haar door foto’s van jezelf, het kijken in de spiegel en door het kijken naar delen van je lichaam die je kunt zien en aanraken. De buitenkant is wat we kunnen zien en binnen is wat we voelen en denken. Manet ziet of denkt te zien dat ze te dik is, en elke twijfelachtige aanwijzing die ze tegen komt grijpt ze aan om dit te bewijzen. Ik vraag haar of dit waar is en of ze dit met mij durft te onderzoeken. Let wel: ze weegt 39 kilo bij een lengte van149 cm.

Tijdens de gymles heeft zij een lange trainingsbroek aan in de plaats van een kort sportbroekje zoals de rest van de klas. Ze schaamt zich als anderen haar vermeende dikke benen zien, vooral tijdens turnoefeningen zoals koprollen maken op de mat. Ik laat haar dit beeld terughalen aan de hand van een visualisatie met de ogen dicht.

Vervolgens laat ik haar beschrijven wat ze tegenkomt in haar lichaam als ze denkt aan het zich te dik voelen. Ze beschrijft dat haar buik rond voelt en opgeblazen en haar hoofd ook. Ze geeft aan een pijn in haar darmen te ervaren en een dichte neus. Ze ervaart ook een druk in haar achterhoofd en een bozig gevoel. Vervolgens geeft ze aan weg te zakken in droombeelden.

Het dik, rond voelen in haar buik en hoofd, gekoppeld aan het bozige gevoel en vervolgens de dromerige ijlerige beelden, geven aan dat de waarneming vertroebeld is, dat snapt Manet ook. Haar hersenen maken haar voor haar gevoel ‘ronder’ dan ze in werkelijkheid is.

Om dit aan te tonen liet ik Manet op een rol behangpapier liggen en trok de omtrek van haar lichaam na op het papier met een stift. Vervolgens liet ik deze zien. Tot haar schrik moest ze bekennen dat er iets heel anders uit kwam dan zij dacht waargenomen te hebben. Nooit had ze verwacht, vanwege haar gevoel van dikte, erop te kunnen liggen. Ze had het zelfs nodig opnieuw te gaan liggen en dit nogmaals te checken.

Dit geeft maar aan dat ze verkeerd waarnam. Dat vond ze zelf ook! Uit verkeerde waarnemingen komen verkeerde handelswijzen en beslissingen voort. Door de therapie is het beeld van Manets werkelijkheid ten goede gecorrigeerd, wat het welzijn van haar enorm heeft verbeterd.

*) Om de privacy van de cliënt te waarborgen is gekozen voor een fictieve naam.